| |
Over het WK gesproken, Deel 4
26 mei 2010, 19:38
Hoe bereiden de beste turners en turnsters ter wereld zich voor op het WK van
Rotterdam? In ‘Over het WK gesproken’ volgen we turn(st)ers uit binnen- en
buitenland. Deze maand citeren we Ariella Kaeslin, Diego Hypolito en Beth
Tweddle.
Ariella Kaeslin
De Zwitserse turnster Ariella Kaeslin had een enigszins teleurstellend EK. Haar
team deed het weliswaar goed, maar de 22-jarige turnster zelf slaagde er niet in
haar sprongtitel met success te verdedigen. Na de toestelfinales schreef ze in
haar dagboek voor de Zwitserse site Blick dat een nederlaag misschien wel eens
goed voor haar was. ‘De afgelopen jaren ging het steeds bergopwaarts, en nu
lukte het me eens een keertje niet perfect. Van fouten maken leer je. Ik kan me
nu weer naar boven werken, een ervaring rijker. Ik train al maanden een
Yurchenko met dubbele schroef, maar het valt absoluut niet mee om op mijn
leeftijd nog beter te worden. Een paar juniorenturnsters doen diezelfde sprong
zelfs met een tweeënhalve schroef. Dat is voor mij praktisch onmogelijk. Ik stel
nooit grenzen voor mezelf, maar een mens moet realistisch blijven. Als 22-jarige
mag ik al blij zijn dat ik aan een EK-finale mag deelnemen.’
Kaeslin doet er alles aan om van 2010 een succes te maken. Om haar kansen op
medailles in Birmingham en Rotterdam te vergroten werd ze onlangs Zwitserlands
eerste profturnster, in die zin dat ze ophield met school om zich op haar
turncarrière te kunnen richten. ‘Zo’n jaar kan ik niet nog eens aan,’ zei
Kaeslin eind maart op een persconferentie. Daarmee doelde ze op 2009, een jaar
waarin ze behalve met school en intensieve training ook te maken kreeg met veel
mediaverplichtingen. ‘Ik moest iets doen voordat het te laat was. Dus heb ik
mijn eindexamen tot de zomer op een laag pitje gezet.’ In plaats van een
volledige schoolopleiding doet de sprongspecialiste momenteel talencursussen
Engels en Spaans – twee talen waarvan ze hoopt dat ze van pas zullen komen als
ze later journaliste is. Ze zweert echter dat van uitstel geen afstel komt. ‘Ik
heb zes jaar in mijn eindexamen geïnvesteerd. Helemaal opgeven is niet mijn
stijl.’ (Bron: Blick, 1 april en 3 mei 2010)
Diego Hypolito
De Braziliaanse turner Diego Hypolito mag dan bekendstaan om zijn vloer en
sprong, de enige twee toestellen waarop hij momenteel in actie komt in de
wereldbekercyclus, maar hij houdt vol dat hij in Rotterdam op alle zes de
onderdelen in actie zal komen. ‘Ik streef niet echt naar medailles in de
wereldbekerreeks dit jaar, want het enige dat er echt toe doet is het WK en de
Olympische Spelen,’ meldde Hypolito onlangs aan de Braziliaanse krant Folha de
Sao Paulo. ‘Op het moment ben ik de beste vloerturner ter wereld. Daar twijfel
ik niet aan als ik mijn oefeningen goed turn. Maar ik moet ook aan het WK
denken, en dus doe ik zes onderdelen in de training.’ De turner en zijn trainer,
Renato Araújo, lijken niet erg blij te zijn met de beslissing van de
Braziliaanse turnbond om Hypolito naar zo veel mogelijk wereldbekerwedstrijden
te sturen, omdat hij op wereldbekerwedstrijden alleen op zijn beste onderdelen
uitkomt en zijn andere onderdelen daaronder lijden. ‘Ik raak twee weken kwijt,
aangezien ik me moet richten op de onderdelen waarop ik bij de wedstrijd in
actie kom en te maken krijg met jetlag,’ aldus Hypolito. ‘Na deze
[wereldbeker]wedstrijd ga ik vragen of ik de volgende wedstrijden mag
overslaan.’
Dat Hypolito in Rotterdam als allrounder aan de start wil verschijnen betekent
echter niet dat hij zich niet hoopt te verbeteren op zijn beste onderdelen. ‘Ik
wil een moeilijker element toevoegen aan mijn vloeroefening, waarmee mijn
moeilijkheidsgraad een tiende van een punt omhooggaat en 6,8 wordt,’ zei de
viervoudige wereldkampioen op de vloer onlangs op de wereldbeker van Moskou. En
het blijft niet bij een moeilijkere vloeroefening. Op de sprong doet hij nu een
Nemov met dubbele schroef, waarmee hij in Moskou het zilver won.
Ook heeft Hypolito een paar andere veranderingen aangebracht in zijn
trainingsregime. De meervoudig wereldkampioen gaat regelmatig naar een
sportpsycholoog en een voedingsdeskundige, in de hoop dat die een nog
succesvollere atleet van hem kunnen maken. Verder heeft hij de Braziliaanse
turnbond gevraagd hem de gelegenheid te gunnen om vaker op Gymnova-toestellen te
trainen. Gymnova (het Franse merk dat vorig jaar op het WK werd gebruikt) is de
officiële leverancier van de Olympische Spelen van Londen, en Hypolito (die op
zijn thuisclub op Spieth-toestellen traint) heeft het gevoel dat hij in het
nadeel is als hij niet op Gymnova-toestellen oefent. Vandaar dat hij graag een
zaal met Gymnova-toestellen wil. Wij vragen ons af of Hypolito zich ervan bewust
is dat het WK van Rotterdam op Janssen-Fritsen-toestellen zal worden geturnd, en
dat Janssen-Fritsen nogal verschilt van Gymnova... (Bronnen: Globoesporte, 22
april en 13 mei 2010; UOL Esporte, 10 april 2010)
Beth Tweddle
Regerend wereldkampioene op de vloer Tweddle geniet van het feit dat de Britse
mannen het tegenwoordig zo goed doen, en niet alleen omdat ze haar land het
beste gunt op internationale toernooien. Nu haar mannelijke collega’s steeds
meer aandacht krijgen, ligt de druk van het presteren niet alleen op haar
schouders, wat de druk op Tweddle aanzienlijk verlicht. ‘Een paar jaar geleden
was de vraag als we naar grote toernooien gingen: “Met welk resultaat komt Beth
thuis?” Maar nu is het eerder: “Welk resultaat behaalt het Britse turnen?” De
jongens doen het al geruime tijd hartstikke goed in het internationale circuit,
en hebben een beetje druk van mijn schouders afgenomen, wat heel fijn is.’
Tweddle heeft aangegeven dat ze zich op twee toestellen blijft richten, zoals ze
al sinds de Olympische Spelen van Beijing doet. Net als vorig jaar doet ze dit
jaar alleen brug en vloer op het WK. Er zitten echter wel een paar veranderingen
aan te komen. Zo krijgt ze binnenkort een nieuwe vloeroefening. ‘Als je
voortdurend hetzelfde moet doen, wordt het saai, dus ga ik meteen na het EK met
een nieuwe choreograaf aan een nieuwe oefening werken,’ vertelde ze onlangs aan
The Telegraph. ‘Hopelijk brengt dat weer een beetje pit in mijn leven.’
De 25-jarige turnster is zich momenteel aan het voorbereiden op het WK in
Rotterdam in oktober. Helaas moet ze de Commonwealth Games (de Olympische Spelen
van het Britse Gemenebest) vanwege dat WK missen. ‘Helaas valt het WK samen met
de Commonwealth Games. Zelf hoop ik naar het WK te gaan. Onze subsidie is
gebaseerd op WK-resultaten, niet op Commonwealth-Games-resultaten. Dus gaat ons
A-team naar Rotterdam voor het WK, en het B-team plus de twee reserves van het
A-team gaan naar de Commonwealth Games. Dat komt eigenlijk wel zo goed uit, want
het B-team zal bestaan uit jongere senioren die wel in aanmerking komen voor
2012 maar nog niet helemaal klaar zijn voor dit jaar. Zij doen ervaring op met
een groot toernooi. Hopelijk gaan we daar in de toekomst van profiteren.’
Tweddle heeft geen moeite met het idee dat ze op haar 25e een van de oudste
turnsters in Rotterdam zal zijn. ‘Leeftijd heeft er niets mee te maken. Het is
gewoon een getalletje. Ik doe nog steeds mee, vind het nog steeds leuk en behaal
nog steeds goede resultaten.’ Wat drijft haar? De hoop op een gouden medaille op
de Olympische Spelen van 2012. ‘Veel mensen hebben gezegd: “Waarom turn je nog
steeds?” Mijn motivatie is dat ik nog één droom moet waarmaken en dat is 2012,
met een beetje mazzel. We zien wel waar het schip strandt. Met de jaren komt de
ervaring, geloof ik.’ (Bronnen: The Telegraph, 28 april 2010; Liverpool Echo, 1
en 4 mei 2010; BBC Sport, 12 mei 2010)
|
|